Het schiet niet erg op. Ik zit al een tijdje thuis met longonsteking en alhoewel ik al heel wat ben opgeknapt, heb ik nog niet het gevoel dat ik beter ben. Ik heb het snel koud, ben wat kortademig en ben ook snel moe. Ik heb geen energie en ondanks het feit dat ik dus eigenlijk tijd in overvloed heb, heb ik vaak gewoon geen zin om me druk te maken over mijn indieblog. Voorlopig zal het dus bij een of twee stukjes in de week blijven. Zo'n stukje mag dan ook best over een groep gaan die vrolijke muziek maakt. Een band als Tilly and the Wall uit Omaha, Nebraska.De namen van het vijftal zijn Neely Jenkins, Kianna Alarid, Nick White, Jamie Pressnall en Derek Pressnall en het meest opvallende aan dit gezelschap zijn de instrumenten die Jamie bespeelt: tapdans en percussie. Het is ook interessant dat de vijf leden allemaal songschrijvers zijn en hierdoor kan iedereen zijn/haar muzikale smaak kwijt in het repertoire. Tilly and the Wall debuteerde in juni 2004 met het album "Wild Like Children". Bijna twee jaar later kwam "Bottoms of Barrels" uit en nu zijn we weer twee jaar verder en het derde album zal deze week verschijnen. Alle cd's zijn uitgebracht door het geweldige label Team Love. Dit nieuwe album heeft als titel het symbool of de vorm "O" gekregen. Dus niet de letter O, maar een cirkelsymbool. Op dit album ligt de nadruk een stuk meer op ritme, percussie, maar ook op harmonieën en melodieën. Tilly and the Wall maakt aantrekkelijke songs die een groter publiek verdienen. Luister maar eens:
>mp3: Pot Kettle Black
>mp3: Cacophony
>video: Pot Kettle Black




